Cortenstalen panelen

U bent hier

IKL Limburg/Gemeente Simpelveld

Porcus (“Varken”)
Porcellum assum: teres piper, rutam, satureiam, cepam, ovorum coctorum media, liquamen, vinum, oleum, conditum. Bulliat. Conditura porcellum in boletari perfundes et inferes.

“Geroosterd varkentje: vermaal peper, wijnruit, bonenkruid, ui, gekookte eierdooiers, vissaus, wijn, olijfolie, kruidenwijn. Laat dit koken. Je giet de kruidensaus over het varkentje op een schotel en dient het op.”

- Caelius Apicius, De re coquinaria (“Over de kookkunst”) 8.7.13
Deze tekst is een recept uit een Romeins kookboek! De Romeinen hielden al van een lekker stukje varkensvlees en tegenwoordig is het nog steeds een populair gerecht. In de Romeinse tijd werden er in deze regio ook varkens gefokt voor consumptie, maar vlees was toen veel duurder en het bovenstaande gerecht stond daarom waarschijnlijk niet zo vaak op het menu.

Er woonden wel degelijk fijnproevers in deze streek: in 2003 vonden archeologen in Bocholtz een Romeinse askist met een grote hoeveelheid eetservies voor de overledene. Er werden niet alleen streekproducten gegeten, maar men at ook al geïmporteerde producten uit het Middellandse Zeegebied zoals wijn, olijfolie of honing.

Aqua (“Water”)
Est enim maxime necessaria et ad vitam et ad delectationes et ad usum cotidianum. Ea autem erit facilior, si erunt fontes aperti et fluentes. Sin autem non profluent, quaerenda sub terra sunt capita et colligenda.

“Water is immers het meest noodzakelijk voor het leven, het plezier en de dagelijks behoefte. Het zou echter makkelijker zijn, als er stromende bronnen in de open lucht bestaan. Indien zij echter niet tevoorschijn stromen, moeten de bronnen onder de aarde gezocht en gewonnen worden.”

- Marcus Vitruvius Pollio, De architectura (“Over de architectuur”) 8.1.1
Water is essentieel voor de mens, ook voor de Romeinen. De gemeente Simpelveld heeft een geavanceerde rioolwaterzuivering, maar Romeinen als Vitruvius richtten zich vooral op natuurlijke bronnen voor de dagelijkse behoefte aan water. De Romeinen in deze regio waren al erg bedreven in watertechnologie: in het naburige Coriovallum (Heerlen) en Aquae Granni (Aken) stonden openbare badhuizen en de Romeinse villa bij Vlengendaal in Bocholtz had zelfs een privébadhuis! Hoe kregen die plekken dan vers bronwater? In Coriovallum liep een lange waterleiding van een bron naar het badhuis, in Aquae Granni maakte men gebruik van water uit de lokale thermale bronnen en de villabewoners uit de regio maakten gebruik van waterputten of waterbassins.

Bos (“Rund”)
Armentum enim id quod in agro natum non creat, sed tollit dentibus; contra bos domitus causa fit ut commodius nascatur frumentum in segete et pabulum in novali.

“Het vee produceert immers niet dat wat op het land is gegroeid, maar verwijdert het met de tanden; daartegenover is het gedomesticeerde rund de reden dat graan gunstiger groeit op zaailand en veevoer op een braakliggende akker.”

- Marcus Terentius Varro, Rerum rusticarum (“Over landbouwzaken”) 2, pr., 4-5
Runderen zijn onlosmakelijk verbonden met het boerderijleven en in de Romeinse tijd werden ze al vanaf hun derde of vierde levensjaar gebruikt voor het trekken van lasten zoals karren en de ploegen op de akkervelden. Dat werk hoeven deze dieren tegenwoordig niet meer te doen, want de moderne boeren hebben daar grote tractoren voor! In Romeinse steden als Coriovallum (Heerlen) en op het Romeinse platteland was rundvlees een populaire maaltijd, aangezien er bij archeologische opgravingen vaak runderbotten met slachtsporen in Romeinse afvalputten worden gevonden. Restmaterialen van runderen zoals huiden, hoorns en botten werden gebruikt voor de productie van leer, lijm, kammen of olie.

Frumentum (“Graan”)
Scire igitur oportet omnia legumina, quaeque ex frumentis panificia sunt, generis valentissimi esse (valentissimum voco, in quo plurimum alimenti est).

“Het is daarom nodig om te weten dat alle peulvruchten, alle bakgerechten van graan, het gezondste soort voedsel is (ik bedoel met het gezondste, daar waar het meeste aan voeding in zit).”

- Aulus Cornelius Celsus, De medicina (“Over de geneeskunst”) 2.18.2
De soldaten aan de limes, de Romeinse rijksgrens aan de Rijn, hadden een dagelijkse portie graan nodig en dat graan werd hier op de vruchtbare lössgrond verbouwd. In deze regio werd vooral spelttarwe verbouwd en die grote productie leverde deze streek in de Romeinse tijd veel welvaart op. De eigenaars van de Romeinse villa’s die in de twintigste eeuw zijn opgegraven in Simpelveld en Bocholtz hebben zeer waarschijnlijk ook geprofiteerd van de economische welvaart in deze streek. Veel van de naburige stads- en plattelandswoningen in de Romeinse tijd moeten een moestuin hebben gehad, waar de bewoners zelf groenten zoals bonen en kool konden kweken.

Auteur: Christian Kicken MA, 2018